Submenu

Leidraad onderwijs in palliatieve zorg voor master en vervolgopleidingen verpleegkundigen in de maak

06-04-2022
1580 keer bekeken 0 reacties

Als elke student in het MANP, MPA & VVO kan zeggen: palliatieve zorg was onderdeel van mijn opleiding, dan is de missie van Jojanneke van Staveren, Romke Langezaal & Ria Boel geslaagd. ‘We willen vooral kleur en woorden geven aan wat er al is, zodat palliatieve zorg beter wordt herkend en erkend.’

Aanscherpen, nuanceren, uitlichten, verduidelijken. Dat zijn de termen die het drietal gebruikt als het gaat om het onderwijs in palliatieve zorg voor de masters en vervolgstudie voor verpleegkundigen:Master Advanced Nursing Practice (MANP), Master Physician Assistant (MPA) en de Verpleegkundige Vervolgopleidingen (VVO). ‘het gaat vooral niét om onderwijsvernieuwing’, zegt Romke Langzaal, projectleider O²PZ vanuit Amsterdam UMC. Samen met Jojanneke van Staveren, die als opleider in het VVO heeft gewerkt, is zij verantwoordelijk voor de werkgroep die zich op de verpleegkundige vervolgopleidingen concentreert. ‘Wat er in het curriculum zit is al heel goed. We willen palliatieve zorg vooral zichtbaarder maken. Zodat elke student het herkent en erkent als iets van hem of haar.’

Aanknopingspunten
Ria Boel is opleider Acute Zorg bij Amstel Academie en ook betrokken als docent bij de MPA opleiding van Hogeschool Inholland. Zij is verantwoordelijk voor de werkgroep MANP en MPA: ‘Je kunt palliatieve zorg heel goed koppelen aan hot topics als ‘positieve gezondheid/gezondheidswelzijn’ en ‘samen beslissen’. ‘Ook voor iemand in de palliatieve fase zijn die onderwerpen relevant. Daar kun je het bijvoorbeeld in een intervisiebijeenkomst heel goed over hebben.’ Andere aanknopingspunten ziet zij tijdens het interviewen van patiënten en in gesprekken over de keuzes voor behandelingen. Ria: ’Al bij het afnemen van de anamnese kun je bijvoorbeeld vragen: vindt u het goed dat we op een later moment terugkomen op wat belangrijk voor u is?’ Dat gebeurt al, zegt ze, maar er kan nog meer aandacht voor zijn. ‘Het gaat er ook om dat in het dossier van een patiënt wordt vermeld dat het gesprek is gevoerd. En dat daarbij aandacht was voor alle dimensies (fysiek, psychisch, sociaal en spiritueel).’

EPA-onderwijs
In de acute zorg wordt palliatieve zorg nog het minst herkend als ‘iets dat bij ons hoort’, weet Ria. ‘Al heeft de coronapandemie het onderwerp meer bespreekbaar gemaakt. Ik ken een huisarts die alle 75-plussers in haar praktijk persoonlijk ging bellen met de vraag: wat zijn u behandelwensen? Dat zijn gesprekken die de verpleegkundig specialist, de physician assistent en de gespecialiseerd verpleegkundige uitstekend kunnen voeren.’ Dat het College Zorg Opleidingen (CZO) Flex Level bezig is met het flexibiliseren en moderniseren van de verpleegkundige vervolgleidingen aan de hand van EPA's (Entrustable Professional Activity), is een mooie ontwikkeling, aldus Jojanneke. ‘Daar kunnen we mooi bij aansluiten. Voor de ontwikkeling van het addendum van het onderwijsraamwerk raamwerk VVO zullen we een onderverdeling maken voor de drie clusters: Langdurige zorg, Moeder – Kindzorg en Acute zorg. Voor dat laatste cluster zoeken we nog een werkgroeplid.’

Elke zorgprofessional is even belangrijk
Een ander aandachtspunt is het creëren van een gemeenschappelijke taal voor zorgprofessonials. Romke: ‘Dat bevordert de samenwerking tussen artsen en verpleegkundigen en heeft een positief effect op de kwaliteit van palliatieve zorg.’ Hetzelfde geldt voor het doorbreken van de hiërarchie als het gaat om het inbrengen van informatie over een patiënt. Bijvoorbeeld in een multidisciplinair overleg. Ria vult aan: ‘Iedereen is even belangrijk, van niveau 2 tot niveau 8. Als een patiënt bij de maaltijd die je net hebt gebracht aangeeft: ‘ik wil niet meer eten of ik heb geen trek', dan is het belangrijk dat je die informatie kunt inbrengen als zorgprofessional.’ Elke zorgprofessional is nodig om palliatieve zorg te verlenen, benadrukken de projectleiders. Jojanneke: ‘Als je denkt dat je nauwelijks met het onderwerp te maken hebt, is het logisch dat je er ook minder aandacht voor hebt. Omgekeerd geldt hetzelfde: als je beseft dat het een onderdeel is van je vak, ga je er vanzelf warm voor lopen. Ik hoor medewerkers van een verpleeghuisgroep nog regelmatig zeggen: ik werk op de afdeling Somatiek. Ik heb dus niks te maken met palliatieve zorg. Maar  verpleeghuiszorg is alléén maar palliatieve zorg. Je zorgt ervoor dat bewoners de tijd die ze hebben, of dat nu één of vier jaar is, zo comfortabel mogelijk doorbrengen.’

Goede voorbeelden uitwisselen|
De projectleiders werken aan een methode die op een systematische manier inventariseert wat er aan palliatieve zorg in de curricula van MANP, MPA en VVO zit. Romke: ‘Als we weten wat er nu voor kennis en kunde aanwezig is en wat daarmee wordt gedaan, kunnen we over twee jaar (na publiceren van het addendum Onderwijsraamwerk palliatieve zorg MANP, MPA en VVO) meten hoe het er dan voor staat.’ Daarnaast zullen ze goede voorbeelden uit de praktijk verzamelen zodat die makkelijk tussen de verschillende opleidingen uitgewisseld kunnen worden. Ook wordt de toolbox op het Onderwijsplatform palliatieve zorg  op Palliaweb.nl uitgebreid met onderwijsmateriaal dat specifiek geschikt is voor docenten die onderwijs geven op dit niveau. ‘We roepen docenten van harte op dit onderwijsmateriaal met ons te delen.’ 

Infographic van het project:


 

Biografie

Ria Boel, Jojanneke van Staveren en Romke Langezaal – alle drie werkzaam bij Amsterdam UMC - zijn de projectleiders van het project Onderwijsraamwerk palliatieve zorg 2.0 + MANP, MPA en VVO. Ria is opleider Acute Zorg bij Amstel Academie en ook betrokken als docent bij de MPA opleiding van Hogeschool Inholland binnen de leerlijn professionele vorming. Romke is naast projectleider ook programmamanagement officer bij O²PZ. Jojanneke is onderwijsadviseur palliatieve zorg en was negen jaar opleider oncologie en hematologie verpleegkundige bij Amstel Academie.

 

 

 

 

 

 

Afbeeldingen

Cookie-instellingen